Bijbelteksten en conclusie wat “DE EEUWIGE” over de AARDE zegt.

1 Kronieken 16:30
beef voor zijn aangezicht, gij ganse aarde: vast staat nu de wereld, zodat zij niet wankelt.

Psalm 93:1
De Here is Koning. Met majesteit heeft Hij Zich bekleed; de Here heeft Zich bekleed, Hij heeft Zich met kracht omgord. Vast staat nu de wereld, zij wankelt niet.

Psalm 96;10
Zegt onder de volken: De Here is Koning, vast staat nu de wereld, zodat zij niet wankelt;

Jesaja 40:22
Hij troont boven het rond (circle, geen bal) der aarde, en haar bewoners zijn als sprinkhanen; Hij breidt de hemel uit als een doek en spant hem uit als een tent waarin men woont.

Job 38:4-6
Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte? (funderen). Waarop zijn haar pijlers neergelaten, of wie heeft haar hoeksteen gelegd.

Jesaja 48:13
ook heeft mijn hand de aarde gegrondvest en mijn rechterhand heeft de hemelen uitgebreid. Roep Ik hen, zij staan daar tezamen.

Psalm 104:5
Hij heeft de aarde op haar grondslagen gevestigd, zodat zij nimmermeer wankelt.

Jesaja 66:1
Zo zegt de Here: De hemel is mijn troon en de aarde de voetbank mijner voeten, waar zou dan het huis zijn, dat gij Mij zoudt bouwen, en waar de plaats mijner rust?

Math. 5:35
bij de aarde niet, omdat zij de voetbank zijner voeten is;

Hand. 7:49
De hemel is Mij ten troon, en de aarde een voetbank mijner voeten.

1 Sam. 2:8
Want de grondvesten der aarde zijn des Heren; Hij heeft daarop het aardrijk gesteld.

Job 9:6
Hij doet de aarde van haar plaats wankelen, zodat haar zuilen (pilaren) schudden.

Psalm 75:4
al mogen de aarde en al haar bewoners wankelen, Ik ben het, die haar pilaren heb vastgezet.

Job 38: 13
om de zoomen ( buitenrand ) der aarde aan te grijpen, opdat de goddelozen van haar worden afgeschud?

Gen. 1:6,7
En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren, en dit make scheiding tussen wateren en wateren. 7En God maakte het uitspansel en Hij scheidde de wateren die onder het uitspansel waren, van de wateren die boven het uitspansel waren; en het was alzo. 8En God noemde het uitspansel hemel.

Psalm 148:4-6
Looft Hem, hemel der hemelen, en gij wateren boven de hemel. Dat zij de naam des Heren loven, want Hij gebood en zij waren geschapen; Hij zette ze vast voor immer en altoos,

Psalm 19:1
De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen;

Job 37:18
Hebt gij met Hem de hemelen uitgespannen (zoals Hij het zwerk (drijvende wolken ) pletten (plat maken) tot een firmament (uitspansel), die vast zijn, als een gegoten spiegel? (hemelkoepel, soort dome, koepel over de aarde)

Gen. 1:14-17
En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren; 15en dat zij tot lichten zijn aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde; en het was alzo. 16En God maakte de beide grote lichten, het grootste licht tot heerschappij over de dag, en het kleinere licht tot heerschappij over de nacht, benevens de sterren. 17En God stelde ze aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde.

Openb. 6:13
En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgenboom zijn wintervijgen laat vallen, wanneer hij door een harde wind geschud wordt.

Daniel 8:10
En hij werd groot tot aan het heer des hemels; en hij wierp er sommigen van dat heer, namelijk van de sterren, ter aarde neer, en hij vertrad ze.

Math. 24:29
Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen.

Marcus 13:25
En de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen.

Openb. 7:1
Daarna zag ik vier engelen staan aan de vier hoeken der aarde, die de vier winden der aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, of over de zee, of over enige boom.

Deut. 28,64 want de HEER zal u uiteenjagen en onder alle volken verstrooien, tot in de verste uithoeken van de aarde. Daar zult u andere goden vereren, goden die u nog niet kende en ook uw voorouders niet, goden van hout en van steen.

Jesaja 11:12
En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde.

Jeremia 16:19
Here, mijn sterkte en mijn burcht, mijn toevlucht ten dage der benauwdheid, tot U zullen volken komen van de einden der aarde en zeggen: Enkel leugen hebben onze vaderen bezeten, nietigheid, waaronder niet één, die baat kon brengen.

Job 37:3
Hij laat het rollen langs de hele hemel, zijn schichten lichten tot het einde van de aarde

Job 28:24
Want hij ziet tot aan de randen van de aarde, onder heel de hemel ontsnapt niets aan zijn blik.

Spreuken 30:4
Wie klom op ten hemel en daalde weer neder, wie heeft de wind in zijn vuist verzameld? Wie heeft de wateren saamgebonden in zijn kleed, wie heeft al de einden der aarde vastgesteld?

Jer. 49:36
en Ik breng over Elam vier winden van de vier hoeken des hemels en Ik verstrooi hen naar al die windstreken, zodat er geen volk zal zijn, waar niet verdrevenen van Elam komen zullen.

Daniel 6:2
Daniël hief aan en zeide: Ik had in de nacht een gezicht en zie, de vier winden des hemels brachten de grote zee in beroering,

Math. 24:31
En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.

Gen. 19:23
Daarom noemt men die stad Soar. De zon was over de aarde opgegaan, toen Lot te Soar aankwam

Prediker 1:5
De zon komt op en de zon gaat onder en hijgend ijlt zij naar de plaats waar zij opkomt.

Psalm 104:19
Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste tijden, de zon kent de tijd van haar ondergang.

Jesaja 60:20
Uw zon zal niet meer ondergaan en uw maan niet meer afnemen, want de Here zal u tot een eeuwig licht zijn en de dagen van uw rouw zullen ten einde wezen.

Job 9:7
Hij geeft aan de zon bevel en zij gaat niet op, en Hij sluit de sterren onder zegel weg.

Joshua 10:12,13
Toen sprak Jozua tot de Here ten dage, waarop de Here de Amorieten aan de Israëlieten overleverde, en hij zeide in tegenwoordigheid van Israël: Zon, sta stil te Gibeon en gij, maan, in het dal van Ajjalon! 13En de zon stond stil en de maan bleef staan.

Habakuk 3:11
De zon, de maan treden terug in haar woning, wegens het licht van uw voortsnellende pijlen, wegens de glans uwer bliksemende speer.

Psalm 19:4,5,6.
Hij heeft daarin een tent opgeslagen voor de zon, 6 die is als een bruidegom die uit zijn bruidsvertrek treedt, jubelend als een held om het pad te lopen. 7 Van het ene einde des hemels is haar opgang en haar omloop tot het andere einde; niets blijft verborgen voor haar gloed.

Job 38:14
Als klei waarin een zegel wordt gedrukt, zo krijgt de aarde vorm, haar oppervlak wordt gedrapeerd als een kleed.

Math. 4:8
Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid.

Daniel 4:11
die boom was groot en sterk, zijn hoogte reikte tot aan de hemel, en hij was te zien tot aan het einde der gehele aarde;

Enkele conclusies uit deze teksten op te maken
De aarde staat vast
hij wankelt niet
Staat op een fundament en is daarop gebouwd,
Staat op pilaren (de aarde wordt als platte schijf gedacht, gedragen door zware pilaren).
De aarde heeft zomen, een buitenrand.
De aarde is een cirkel (geen draaiende bal)
De aarde is als klein waarin een zegel wordt gedrukt.
De aarde is een tent waarin men woont.
De hemelen is uitgespannen en staat vast als een gegoten spiegel, als een soort van hemelkoepel, een koepel over de aarde, een soort van dome)
De aarde is een voetbank onder zijn voeten (een voetbank is een plateau op voeten, pilaren).
De aarde heeft vier hoeken
De aarde heeft einden (een bol niet)
De aarde heeft randen
Er is water boven de hemel en onder de hemel
De zon en maan bewegen en rijzen op en gaan naar beneden terug in haar woning maar de aarde blijft staan en wankelt en draait niet.
Uit Math, 4:8 maken we op dat de duivel Jezus meenam naar een hoge berg en Hem al de Koninkrijken van de wereld en hun heerlijkheid tot de einden der aarde toonde, maar dat kan alleen als de aarde een cirkel zoals de Bijbel het zelf beschrijft en het geen ronde bal is.
In Daniel 4 zien we een boom die zo hoog reikte tot aan de hemel en hij was te zien tot aan de einde der gehele aarde, dat kan alleen als de aarde een cirkel is en geen ronde bal.
En in Openbaring 1 vers 7 staat, “zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien”, dat kan alleen als de aarde een cirkel is en geen ronde bal.

JP/3.3.2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *