De wet die belofte wordt

Het Oude verbond legt de mensen de wetten op om hun (wetteloze) harten in bedwang te houden. Maar door het Nieuwe Verbond veranderd de Heer onze harten door de kracht van de Heilige Geest zodat we het in alles met Hem eens worden en onze natuur wordt veranderd zodat deze overeenkomen met de natuur van Jeshua zelf.  

De leefregels die God ons heeft gegeven zijn goede instructies en onderwijzingen, het is geen wet van GIJ MOET .. maar het zijn Gods liefdesbewijzen aan ons..

In het Oude Verbond werden de wetten als bevelen opgelegd “Gij zult ..”, maar in het Nieuwe Verbond worden diezelfde wetten beloften aan ons.  Bijvoorbeeld in het OT, Gij zult niet stelen … of, Gij zult niet begeren .., is in het NT een belofte geworden door Zijn Geest, “dat we niet meer zullen stelen” en “dat we niet meer zullen begeren”, deze beloften die God door de Heilige Geest vanuit ons hart zou bewerken zodat we niet meer zullen stelen en niet meer zullen begeren, om ons hart zo te veranderen om ons gelijkvormig te maken aan Gods beeld in overeenstemming met Hem met Zijn natuur, Zijn karakter, Zijn wil, zodat wij niet meer willen zondigen en Hem in alles zullen gehoorzamen.

De wet van Mozes eist maar de wet van Christus is uit liefde dat is Zijn natuur. De wet laat de aard van de HEER zien. Op deze manier zijn de wetten van God in ons harten geschreven en Zijn Woorden in ons mond gelegd en willen wij, omdat wij Hem liefhebben niet meer zondigen. Met andere woorden, het Nieuwe Verbond beschikte niet over “het boek der wet” maar plaatste zijn wet in ons hart zodat de verantwoordelijkheid niet meer bij onszelf ligt omdat wij dit niet bij machte zouden zijn om die te houden, maar bij de Heilige Geest die de wet volmaakt in ons kan vervullen. Het is dus niet zo dat de wet terzijde werd geschoven, maar dat de Heilige Geest de wet in ons hart schrijft, volgens de belofte van God in Jeremia 31:33 : ” Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen, en die in hun harten schrijven.”En zo mogen we ons verlustigen in Zijn wetten want zijn wetten zijn niet zwaar omdat we het niet uit eigen kracht hoeven te doen maar uit kracht van God. Iemand die deze instructies niet wil volgen is gewoon vrij .. niemand legt je die last op of dwingt je tot iets. Degenen die wetteloos zijn, laten zien dat hun natuur onveranderd is gebleven, zelfs nadat ze Christus hebben beleden, en zelfs nadat ze hebben geprofeteerd of wonderen hebben verricht. Je bent vrij ze te volgen of niet .. maar God gaat nooit tegen zijn eigen woord in Paulus beschouwt zich vrij van de wet van Mozes enerzijds en anderzijds als wet plichtig aan de wet van Christus, zodat al wordt hij voor degenen die zonder de wet zijn ook als zonder wet zijnde, maar hij nochtans niet wetteloos is ten opzichte van de HERE en van Jeshua de Messias.

JP

3 gedachten over “De wet die belofte wordt”

  1. Een zin van de laatste alinea is mij niet helemaal duidelijk. Degenen die wetteloos zijn, laten zien dat hun natuur onveranderd is gebleven, en zelfs nadat ze Christus hebben beleden en zelfs nadat ze hebben geprofeteerd of wonderen hebben verricht.
    Hoe laten zij dat zien of kun je dat zien?

    1. Jeshua zei:
      Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. (Mattheüs 5:17)

      Hoeveel christenen zijn er niet die de wet hebben afgeschaft en er mee hebben afgedaan en daardoor wetteloos zijn, en je kunt ze herkennen omdat ze geen veranderd leven hebben in overeenstemming met de Jeshua. Velen bepalen zelf hoe ze het christendom in willen vullen en sommigen neigen naar het new Age.
      Velen kunnen dan nog steeds profeteren en wonderen doen in Zijn Naam en dan zal de Heer uiteindelijk zeggen:
      Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid. Matteüs 7:21-23 NBG51

      1. Het blijft een niet eenvoudig onderwerp. Wat Jeshua stelt is duidelijk, niet tegen te spreken en er is niets aan toe te voegen of aan af te nemen. Maar gaan we uit van mede christen gelovigen dan kan ik onderkennen dat je zeker tot grote teleurstellingen kunt komen. Dan wil ik het niet eens hebben over hen die zeggen christen te zijn en onder ”de vlag van christen zijn” politiek bedrijven en meewerken aan onrecht of het nog groter maken daarvan. Wat ik mij wel afvraag is hoe men met het eigen geweten omgaat, dat zal hun dan toch moeten tegenspreken?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *