Nazareeër en/of Nazireeër

Het oude verbond is vol afschaduwen en typen. Eén van hen is het nazireeër-gelofte die de ware toewijding aan God openbaart.
Jeshua was een Nazareeër uit Nazareth, maar ook een Nazireeër, een toegewijde in volheid in al de dagen dat Hij hier op aarde wandelde.
Een Nazareeër is iemand die uit Nazareth komt uit het hoge Noorden en zo wordt er spottend en vernederend over Hem gepraat.
Jeshua is ook de ware Nazireeër, die helemaal aan God toegewijd was, deze toewijding had geen uiterlijke door de wet vereiste kenmerken nodig, “de Zoon des Mensen is gekomen en heeft gegeten en gedronken” (Math. 11:18) en Hij had lust om de wil van God te doen, Gods wet was in Zijn binnenste.
Het woord Nazareeër, maar ook Nazireeër, komt van het Hebreeuwse stamwoord ‘nazir’ (05139) of ‘nazar’ (05144) wat zich wijden of afscheiden, of afzonderen, of toewijding betekent.
Met Nazareeërs duidde men oorspronkelijk alle eerste christenen aan (vgl. Hand 24: 5).
In die naam ‘de Nazareeër’ zit heel wat minachting verpakt.
De Nazareeërs zijn zo rond de vijfde eeuw uit de geschiedenis verdwenen – afgewezen en bestreden door zowel kerk als synagoge.
Maar God maakt een begin met de bevrijding van Israël.
Hij maakt niet zomaar een begin met de bevrijding, nee, de bevrijding die Hij brengt is volmaakt. Hij bevrijdt ons van al onze zonden en van al onze vijanden. Hij bevrijdt ons uit de greep van satan. Hij heeft zich laten boeien om ons te bevrijden en is ten onrechte veroordeeld om ons vrij te spreken. Hij is door God verlaten opdat wij nooit meer door Hem verlaten zullen worden.
Jeshua die volkomen aan God toegewijd was, vanaf de moederschoot zal Hij een Nazireeër zijn.
Dat is ook weer een verademing in deze goddeloze tijd.

In deze tijd kunnen vele mensen alleen maar aan zichzelf denken aan hun eigen genot en eigen plezier. Ze zijn aan zichzelf toegewijd.
Maar God maakt een begin met de bevrijding van Israël en van de volkeren.
We weten uit het boek Numerie 6 wat een Nazireeër is.
Dat is iemand die zich voor een bepaalde tijd of levenslang aan de Here wijdt.

Uit het Nazireeërschap van Jeshua blijkt dat Hij niet het aardse uiterlijke Nazireeërschap volgde van het oude verbond, maar uit innerlijke Nazireeërschap vanuit het vernieuwde verbond het hemelse, het geestelijke, daarom heeft Hij wel van de vrucht van de wijnstok gedronken. Voor ons uit het nieuwe verbond wijst alles op het geestelijke en op de hemelse dingen. Zijn Nazireeërschap wordt in ons voortgezet maar alleen in afzondering van onze Heer. We moeten volkomen afhankelijk van Hem zijn, geheiligd door Zijn waarheid, leven vanuit de Geest in nieuwheid van ons leven. Hoe meer wij ons zelf op de achtergrond plaatsen des te meer zal ons dienst waarde hebben voor God, in onze zwakheid is Hij krachtig. Maar de Heer, die in Zichzelf een volkomen Nazireeër was, afgezonderd voor God, heeft in Zijn leven hier beneden het hemelse karakter van het nazireeërschap getoond. En dáárin kunnen wij Hem navolgen. De kracht van het Nazireeërschap voor een christen-nazireeër vloeit voort uit het bewustzijn van onze éénmaking met Christus, deze wandel door het geloof vindt plaats in een wereld, waarvan wij de vreugde en de verlangens (dus type, of voorbeeld van ‘wijn’) niet kunnen delen. Door het hemels karakter van Jeshua is het mogelijk als Nazireeër, en afgezonderd te leven, en kunnen wij Hem daarin navolgen.

Een nazireeër moet zich aan drie voorschriften houden:

-Hij mag geen wijn en sterke drank drinken.
Wijn of iets van de druif duidt op aards vermaak en werelds genot waar wij ons van afscheiden moeten. We moeten afgezonderd zijn van het aards en werelds vertier en genot waarin vele verleidingen zijn, we mogen alleen deel nemen aan het hemelse, waarin we lezen in Richteren 9 vers 13, “wijn, die God en de mensen vrolijk maakt”. Deze vreugde hadden de mensen met God kunnen delen, wanneer door de zondeval niet tussenbeide gekomen was en het God onmogelijk gemaakt had Zich met hen te verheugen, we kunnen nu op aarde deze vreugde nu met het hemelse karakter tonen, omdat nu onze plaats en onze betrekkingen hemels zijn. Zijn en onze nazireeërschap is niet van deze aarde, het uiterlijke maar het innerlijke, het is verdiept, daarom heeft Jeshua wel van de vrucht van de wijnstok gedronken, Jeshua heeft Zijn leven hier beneden het hemelse karakter van het nazireeërschap getoond.
De Heer heeft mensen nodig die bereid zijn om te pionieren op de weg van de absolute toewijding.

-Z’n hoofdhaar mag niet geschoren worden.

Lang haar is voor de man geen heerlijkheid maar eerder een schande. Een Nazireeër is iemand die bereid is om smaad te dragen voor de Heer. Lang haar betekent dat men afgezonderd is van zelfverheerlijking. Het zelf is in de dood gebracht. We moeten smaad dragen voor het getuigenis van de Heer en voor Zijn doel. Zoek dan geen roem maar wees een drager van smaad. Wees dus niet bang voor een slechte naam of voor boze geruchten.

-Hij mag niet in de buurt van een dode komen.
Als we door de anderen in doodsheid gebracht worden (geestelijk), zijn al onze dagen van afzondering verloren gegaan, we moeten ons door hen niet laten beïnvloeden. Sta hen niet toe, hun doodsheid op jou over te dragen. Satan is de bron van de dood en hij wil de dood zoveel mogelijk naar anderen verspreiden. We kunnen zelfs in doodsheid gebracht worden door andere gemeenteleden maar telkens wanneer we de stank van geestelijk dood gewaar worden, zoals kritiek, roddel of gemopper moeten we vluchten.
Maar ook mogen wij ons niet laten beïnvloeden door onze familiebanden, het Nazireeër zijn is ten eerste onze dienst aan God wijden waarin alles voor Hem wijken moet. (het gaat dus hier ook om onze geestelijk toepassing)
Maar ook moeten we afdoen van ons eigen menselijke natuurlijke genegenheid, het humaan zijn, we moeten afrekenen met onze eigen menselijke liefde, warmte en sympathie, dit moet sterven en levend gemaakt worden door de Geest die dit door ons heen uit zal werken en het vlees ons natuurlijke in ons zal doden.

Ook mogen nazireeërs zich niet verontreinigen. Hij was volkomen rein, terwijl Hij voortdurend in aanraking kwam met onreine mensen. We mogen hemelse (vanuit de hemel leven waar ons plaats is gezeten bij Hem) nazireeërs zijn te midden van deze wereld.
Bij Hem was het zoeken van Zichzelf totaal afwezig en zocht niet zichzelf te behagen.
Als een Nazireeër faalde en verontreinigt was lezen we in Num. 6:9-21, moest hij dit openlijk kenbaar maken en zijn haar afscheren om te laten zien dat hij gefaald had en tevens zijn kracht van zijn nazireeërschap verloren had, hij gaf hier een bewijs van zijn onbekwaamheid waardoor het een offer ter verzoening bracht. Laten wij na dit voorbeeld ook ootmoedig zijn en met onze zonden en tekortkomingen naar de Heer gaan en het Hem openlijk belijden, want Hij is getrouw en rechtvaardig om dan al onze zonden en tekortkomingen te vergeven, zodat we met een oprecht hart weer verder mogen en kunnen gaan.
Een nazireeër is met zijn manier van leven een voorbeeld voor de mensen om hem heen.
Alleen de nazireeërs kunnen Jeshua terug brengen. Het kan niet gedaan worden door de hedendaagse christendom, maar alleen door hen die zich vrijwillig afzonderen.
Zij zullen de Nazireeërs van vandaag zijn die deze eeuw van het verval zullen veranderen in de eeuw van het koninkrijk. Zij zullen de Heer terug brengen.
Er is behoefte aan de Nazireeër-gelofte. We moeten onszelf helemaal geven aan de Heer, ondanks onze zwakheden en gebreken.
De Heer roept om een volk, dat bereid is zichzelf volkomen af te zonderen en die geen compromissen willen sluiten, die zelfs een belofte van toewijding durven aan te gaan.

Zijn wij bereidt … !!!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.